Onderzoek

Rapport ‘Gebruikspatronen in beeld‘ voor gemeente Slochteren

6 november 2014 Kennisnetwerk Krimp Noord-Nederland

​Hoe benutten en waarderen inwoners van Slochteren de maatschappelijke voorzieningen?

Het lectoraat Krimp & Leefomgeving van het Kenniscentrum NoorderRuimte van de Hanzehogeschool Groningen heeft het eerste deelonderzoek afgerond naar het gebruik en de waardering van voorzieningen in de gemeente Slochteren. Een aantal plattelandsgemeenten dat te maken heeft (of krijgt) met bevolkingsdaling wil een beleidsvisie op voorzieningen maken, die toekomstbestendig is en aansluit bij de gebruikspatronen van haar inwoners. Zo ook de Groningse gemeente Slochteren. "Gebruikspatronen in beeld" is het eerste rapport van een drieluik dat het Kenniscentrum NoorderRuimte oplevert voor de gemeente Slochteren.

Hoofddoelstelling van dit eerste deelonderzoek  is: kennis verwerven over de frequentie van het gebruik en de reden waarom bepaalde sociale groepen wel of niet gebruikmaken van een specifieke voorziening. Voor het enquête-onderzoek zijn ruim 2683 inwoners uitgenodigd, waarvan ruim 22% de vragenlijst heeft ingevuld. Aan bod kwamen sportvoorzieningen, bibliotheken, kinderopvang en basisscholen, jeugdhonken, dorsphuizen en ontmoetingsplaatsen, huisartsen en overige recreactieve voorzieningen zoals ijsbanen, zwembaden en dorpsrandparken. Een greep uit de resultaten:

  1. 55% van de Slochtenaren doet aan sport. Voor het overgrote deel sporten ze elke week. De meest gebruikte sportvoorzieningen liggen in de drie grotere dorpen Harkstede, Slochteren en Siddeburen en het kleinere maar centraal gelegen dorp Schildwolde. De grootste groep respondenten kiest voor deze voorzieningen vanwege de korte afstand tot hun woonhuis. Het merendeel sport omdat dat goed is voor de gezondheid.
  2. 51% van de respondenten komt wel eens in een bibliotheek. De vestiging in Slochteren wordt door de meeste respondenten bezocht. De meeste respondenten gaan één of enkele keren per maand naar de bibliotheek. Vooral Slochteren en Hoogezand trekken bezoekers uit allerlei dorpen.
  3. 28% van de jongeren van 7 tot 25 jaar komt wel eens in een jeugdhonk. Jongeren komen daar vooral omdat hun vrienden er komen, maar ook vanwege activiteiten als disco, party's en playbackshow. Jongeren die niet naar een jeugdhonk gaan geven als reden aan dat ze te jong zijn/ nog niet mogen uitgaan, of dat ze er geen belangstelling voor hebben. Deze jongeren ontmoeten andere jongeren op school, tijdens het sporten, bij het uitgaan/in de stad of thuis.
  4. 25% van de respondenten komt wel eens in een dorpshuis. Driekwart van deze bezoekers is 45 jaar of ouder. Van de dorpshuisbezoekers zien we iets meer lager opgeleiden en ook meer mensen die niet (meer) betaald werkzaam zijn. Over de gebruiksfrequentie kan geconcludeerd worden dat respondenten meestal maandelijks of minder vaak naar het dorpshuis gaan.

Het onderzoek is onderdeel van een drieluik. Het tweede deel bestaat uit de bachelorscriptie van vastgoedstudent Patrick Blomsma, die de eigendoms- en vastgoedgegevens in kaart heeft gebracht, in samenwerking met Coen van Atten van de gemeente Slochteren en lector maatschappelijk vastgoed Jan Veuger. Het derde deel zal een overzicht geven van de recente literatuur over de relatie tussen maatschappelijke voorzieningen en sociale cohesie in plattelandsgemeenten. Dit deel is momenteel in de maak. 

U kunt hier het complele deelrapport 1 'Gebruikspatronen in beeld' downloaden. Voor vragen kunt u contact opnemen met Sabine Meier, lector Krimp & Leefomgeving, sabine@noorderruimte.nl.

Thema's